Storm en stilte in de Willem

Jubileumboekje dat is samengesteld en uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Willem de Zwijgerkerk.

Klik op onderstaande links om de verschillende hoofdstukken te lezen.

Rustig te midden van de woelige baren, een spreuk ooit gevoerd door Willem de Zwijger, thans te zien in het houtsnijwerk op het orgelfront in de Willem de Zwijgerkerk. In combinatie met Willem de Zwijger werd deze tekst ongetwijfeld direct geassocieerd met de indruk die mensen van de Prins van Oranje in zijn nabijheid kregen. Aangetroffen in een kerk roept een snelle associatie bij deze tekst al gauw verhalen van Jezus op en bijbelverhalen met woeste zeeën of het zo weergaloos in clair-obscur door Rembrandt vastgelegde 'Storm op het meer van Galilea'. Omdat de spreuk in de Willem de Zwijgerkerk hangt, lijken de golven ook rekening te houden met de plaats waar de kerk rustig staat, Amsterdam. Ongetwijfeld waren er ook vijfenzeventig jaar geleden bij de bouw al genoeg woeste golven in het Amsterdam van de Willem de Zwijgerkerk gelegen aan het Noorder Amstelkanaal.

En gelukkig staat de Willem de Zwijgerkerk er na vijfenzeventig jaar nog steeds.

De meest woeste golven in het Noorder Amstelkanaal worden nu ongetwijfeld veroorzaakt door de boten die varend in de richting van de Schinkel, aangekomen bij de Amstelveense weg, door het ontbreken van een brug, terug moeten keren om zo in een kort tijdsbestek tweemaal de Willem de Zwijgerkerk te passeren. Of, in die enkele winter dat het nog zo hard heeft gevroren dat er op de schaats over het kanaal gezwierd kan worden er voor zorgend dat de nog dunne ijslagen meedeinen op de slagen van de voorbijglijdende klapschaatser. Dan zijn er natuurlijk ook nog de zomerstormen die trachten de regenpijpen van de Willem de Zwijgerkerk vol te gieten met hemelwater en tegelijkertijd de bladeren van de nu hoge bomen op het binnenplein van Moria en de kerk de dakgoten in te blazen.

En gelukkig staat de Willem de Zwijgerkerk er na vijfenzeventig jaar nog steeds.

En tijdens alle woeste golven die de stad Amsterdam in de afgelopen vijfenzeventig jaar heeft gekend is de kerk een rustplaats gebleven en gebleken voor velen. En het zal de komende vijfenzeventig jaar vast nog vaak golven in de stad. Maar gelukkig mag het tegenwoordig ín de kerk, zodra het golft, ook goed blijven golven. Zeker tijdens een orgelconcert ter gelegenheid van het jubileum golven de orgelklanken vanaf de woelige baren in het houtsnijwerk op het orgel de kerkzaal in. Of als dertien goede liederen worden gezongen,  om niet te vergeten wat er graag gezongen wordt en dat er graag gezongen wordt. Op zulke momenten zou je bijna denken dat de originele kunstenaar van het houtsnijwerk een spelfout heeft gemaakt en zou je een beitel ter hand kunnen nemen om twee klinkers op de tekst op het orgelfront te verwisselen. Saevus tranquillis in undis, wild in de rustige golven, het wild deinende orgel te midden van de rustige golven op het Noorder Amstelkanaal, de goed golvende koormuziek klinkend op een rustige nazomermiddag in Amsterdam Oud-Zuid.

En gelukkig staat de Willem de Zwijgerkerk er na vijfenzeventig jaar nog steeds.

Op naar de honderd! Met hopelijk nog vele jaren waarin de kerk enerzijds een rustpunt in de druk golvende week mag zijn en waar anderzijds ook nog veel mooi golvende muziek in uitgevoerd mag worden. Het mag af en toe best even stormen in de kerk!

Erald Kulk

Van: Inez [mailto:Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.]
Verzonden: maandag 2 september 2080
Aan: Fatima [mailto:Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.]
Onderwerp: Welkom in Johannesburg!

Hoi Fatima,
Hoe is je reis geweest? Is de campus een beetje gaaf? En heb je al leuke medestudenten ontmoet? Ik wil alles weten!
Hier gaat alles z’n gewone gangetje. Pieterse van virologie heeft weer lopen klagen tijdens college dat we te weinig studeren. Kortom… ik mis je.
Groetjes,
Inez

Vrijdag 6 september 2080
Hoi Fa,
Geweldig allemaal! Ben bijna jaloers. Maar nee, ik heb ook leuk nieuws. Heb een kamer gevonden in de Pijp. Een zolderkamertje met uitzicht op een kerktoren. Kan er maandag in! Vertel je later meer, ga nu eerst inpakken.
Groetjes,
Inez

Zaterdag 5 oktober
Hoi Fa,
Ik heb al je verhalen wel gelezen hoor, maar ik heb het zo beredruk gehad de afgelopen tijd. Heb vlak tegenover mijn kamer een vrijwilligersbaantje gevonden. Echt werelds!
Had ik je verteld dat ik tegenover een kerktoren woon? Dat blijkt de ‘Willem van Oranjekerk’ te zijn. Er hing daar een briefje op het prikbord: kliniek/kinderopvang zoekt vrijwilligers. Die kerk zal inmiddels wel omgebouwd zijn tot kinderziekenhuis of zoiets. Dus ik daar gistermiddag naar binnen.
Niks geen ziekenhuis, niks geen kinderen. Zit daar een vrouw te lezen bij een kaars. Beetje wereldvreemd. Als ik zeg dat ik voor het vrijwilligersbaantje kom steekt ze meteen hele verhalen af. Hoeveel arme mensen hier in de buurt wonen en dat het hier bij de overstroming van ’48 helemaal onder water heeft gestaan. Al pratende neemt ze me mee naar een achterzaaltje. Op de deur staat ‘spreekkamer’. Er staan wat antiquarische medische apparaten en archiefkasten, maar dat is het dan. Waar ben ik terecht gekomen? Echt Fa, je gelooft je ogen niet. In Johannesburg zou zoiets vast niet kunnen.
Maar goed, ik maak kennis met Marijke, een gepensioneerd arts die hier de scepter zwaait. Ze houdt elke ochtend spreekuur en heeft ook nog de medische zorg voor het weeshuis dat hier vlak naast staat. Ze vroeg of ik een weekje op proef wilde meedraaien, elke dag ongeveer uurtje. Dat heb ik de afgelopen week gedaan.
Wat ik in die ene week allemaal voorbij heb zien komen! Meteen op mijn eerste dag een slachtoffer van een vechtpartij. Een paar lelijke wonden die gehecht moesten worden, maar stil zitten ho maar! Het komische was dat een half uur later de ander binnen kwam, even lelijk toegetakeld en net zo brutaal. Maar Marijke blijft overal rustig onder. Echt bewonderenswaardig. Verder heb ik natuurlijk heel veel kinderen met snottebellen gezien, maar er komen hier ook volwassenen die geen geld hebben voor een dokter. Bijzonder is ook dat mensen in de wachtkamer iets te eten kunnen krijgen.
Als ik het zo opschrijf vraag ik me af waarom ik er mee door wil gaan. Het is keihard werken, maar wel heel inspirerend. Waar ‘m dat in zit kan ik niet goed uitleggen. Misschien is het wel het grenzeloze optimisme van Marijke.
Nu val ik echt in slaap, ik vertel je later meer.
Groetjes,
Inez

 
Zondag 27 oktober
Hoi Fa,
Door al mijn werk voor ‘Marijke’s kliniekje’, zoals ik de overburen ben gaan noemen, heb ik nauwelijks tijd gehad je te schrijven. Het is ontzettend enerverend werk en ik rol van de ene verbazing in de andere. Tussen de vaccinaties en hechtingen door moest ik ineens kennis maken met Petra. Die loopt hier regelmatig rond, maar wat ze nu precies doet? Ze kent iedereen, praat met mensen, maar ze is geen arts. Daar lopen er trouwens ook heel wat meer van rond dan alleen Marijke. Er zijn nog wat medicijnenstudenten die meedraaien en sommige huisartsen uit de buurt komen hier zo nu en dan een ochtend werken. Hoe Marijke dat voor elkaar gekregen heeft? Er schijnen hier heel wat lijntjes te lopen en Marijke is zo’n beetje de spil.
Langzamerhand leer ik ook steeds meer mensen kennen. Het zijn vaak kleurrijke figuren die naar de kliniek komen. Nico bijvoorbeeld komt regelmatig langs als hij weer eens gevallen is. Hij heeft ooit een attaque gehad en kan niet goed meer praten maar met wat gestotter en een hoop bewegingen komt hij toch een heel eind. Bloedeigenwijs, maar tegelijk ook een lieverd. Soms komt hij alleen maar voor een aai over zijn bol. Als we tijd hebben kan hij dat krijgen. Volgens mij woont hij in het Sarphatipark, daar is hij tenminste bijna altijd te vinden. Tegenwoordig zwaait hij naar me als ik door het park naar de markt loop. Gek is dat, vroeger zou ik met een boog om hem heen gelopen zijn uit angst dat hij mijn portemonnee zou jatten. En nu beschouw ik hem bijna als een vriend. Het kan toch raar lopen.
Groetjes,
Inez
PS: nog een roddel. Bij practicum zag ik Marjan en Mo naar elkaar knipogen. Later op de gang liepen ze hand in hand. En dat terwijl Mo bij de faculteitsborrel nog had gezegd dat hij Marjan zo’n tutje vond. Daar was je zelf bij!

 
Zaterdag 16 november
Hoi Fa,
Marijke heeft bedacht dat ik voor het werk in ‘haar kliniekje’ misschien wel studiepunten kan krijgen. Zou voor jou volgend jaar misschien ook wel leuk zijn. Hoe dan ook, om dat te regelen moest ik naar Achmed van de Olympiamoskee. Daar hebben ze een formulierenbrigade waar wij mee samenwerken. Zij sturen mensen met gezondheidsproblemen door naar ons en wij kunnen mensen met belastingproblemen of huurschuld of zo naar hen doorsturen.
Omdat Achmed verstand van regelwerk heeft moest ik maar met hem gaan praten. Kom ik weer in zo’n groot kerkgebouw met een hoge toren, in een achterzaaltje dat tot kantoor is omgebouwd. Het bleek dat Achmed voor rechtenstudenten die bij hem vrijwilligerswerk doen vrijstellingen had geregeld, dat wilde hij voor mij ook wel proberen.
Het netwerk is trouwens nog groter. Er is ook nog een voedselbank en een kledingdepot in een ander kerkgebouw, dat gerund wordt door de pastoor en zijn vrouw.
Hoe dan ook, Achmed zou voor me aan de slag gaan. Die juristen en economen hier, dat is toch wel een heel ander slag dan de hectische toestanden bij ons in ‘t kliniekje.
Groetjes,
Inez

 
Zondag 1 december
Hoi Fa,
Marijke heeft me vanmorgen meegenomen naar wat zij een ‘dienst’ noemt. De grote zaal van het gebouw zat bijna vol. Er gebeurde van alles wat ik niet begreep, maar Marijke fluisterde me soms toe dat ik moest gaan staan of juist weer gaan zitten. Er werd gezongen en Petra, die anders maar een beetje tussen de mensen door lijkt te lummelen, hield een redevoering. Volgens mij was het belangrijkste wat ze wilde zeggen dat we als mensen naar elkaar om moeten kijken en om elkaar moeten geven. Dat is tenminste wel waar we in het kliniekje altijd mee bezig zijn. Ze had het steeds over het ‘Koninkrijk van God’, whatever that may be. Aan het eind van de ‘dienst’ werd het korte tijd heel stil en Petra begon de namen te noemen van mensen die ziek zijn, mensen die bij ons langs zijn geweest. Dat maakte wel diepe indruk op me. Nu begrijp ik ook wat Marijke bedoelde toen ze zei dat de mensen hier niet zomaar een nummer zijn, zoals in de commerciële ziekenhuizen. Die ‘dienst’ op zondagmorgen komt op mij grotendeels over als experimenteel theater en ik zie er de zin niet zo van in, maar ik wil toch wel vaker komen. Het is alsof ik hier begin te begrijpen hoe Marijke het volhoudt om bij alle ellende die we in het kliniekje tegenkomen toch optimistisch te blijven. Wat ik wel steeds meer merk is dat ze hier beslist niet wereldvreemd zijn!
Groet,
Inez

 
Woensdag 18 december
Hoi Fa,
Vanmiddag veel te lang gebleven vanwege Irene van hiernaast, die maar bleef huilen. Ze had overal pijn en ik kon niet vinden waar het aan lag. Ik had zo met haar te doen. Toen ik mijn verslagje had geschreven was de deur al dicht en moest ik via de grote zaal naar buiten. Tot mijn verbazing hoorde ik daar zingen. Ik ging even kijken en werd er meteen bijgevraagd. Er zat een groepje mensen in een kring rondom een kaars., ‘We beginnen juist met het gebed’, zei er een,’ ‘doe je mee?’   Voor ik er erg in had was ik in de kring opgenomen en deed ik mee. Iemand begon te praten, gooide er een heleboel sores uit. Toen het mijn beurt was hoorde ik mijzelf over Irene praten. Dat ik me zo’n zorgen over haar maak. En over Nico die er de laatste tijd heel slecht uitziet. De zorgen zijn er niet minder om geworden, maar het hielp toch om het hier hardop te zeggen. Er gebeuren hele bijzondere dingen hier, Fa!
Groetjes,
Inez

 
Zaterdag 11 januari
Hoi Fa,
Moet je horen! Ze hebben hier contacten met Johannesburg! Een eeuwigheid geleden zijn ze van hieruit daar naartoe gegaan om aidswezen en zo te helpen. En later zijn de Johannesburgers teruggekomen. Dat zal met de griepepidemie van ’56 geweest zijn of misschien al bij de vorige. Petra heeft me er alles over verteld. Er was in die tijd een dokter Van Loon die hier de kliniek en het weeshuis heeft opgezet, gewoon omdat hij in de buurt tegen zoveel zieke en dakloze kinderen aanliep. Marijke heeft hem nog gekend. In die tijd zijn ze vanuit Johannesburg komen helpen, omdat ze daar ervaring hadden met zwerfkinderen en zo. Toen de epidemie eenmaal was uitgewoed is de kliniek gewoon gebleven en zwerfkinderen zijn er in de tussentijd ook altijd wel gekomen. Petra vertelde dat mensen als Van Loon en Marijke, maar ook zijzelf, zich niet willen neerleggen bij onrecht en ellende. ‘De wereld is zo niet bedoeld’ , zei ze. Intussen maken ze zelf met alles wat ze doen de wereld wel een beetje beter. Of ze proberen het althans, want vaak helpt het natuurlijk niet veel als er weer eens een virus rondwaart.
Hoe dan ook, je moet maar eens kijken of je ze daar in Johannesburg kunt vinden, ze schijnen in de wijk Hillbrow te zitten.
Groetjes,
Inez
PS: bedankt voor je nieuwjaarskaart. Jij ook de beste wensen voor 2081!

 

Donderdag 13 februari
Hallo Fatima,
‘t Is echt vreselijk wat er nu gebeurd is. Vanmiddag was ik in het weeshuis bij Irene op bezoek. Het ging echt ontzettend slecht met haar. Ze had pijn, maar ze huilde niet eens meer, keek alleen maar wezenloos om zich heen. Wel was ze blij dat ik er was. Ik heb haar in mijn armen genomen en tegen haar gepraat. Toen ik haar los wilde laten was ze helemaal slap geworden. Ze was in mijn armen gestorven. Het maakt me razend dat we niks meer voor haar hebben kunnen doen. Ik was er echt kapot van. Marijke heeft Petra erbij geroepen. Die heeft voor Irene gebeden. En later hebben we met z’n drieën in de grote zaal een kaarsje voor haar aangestoken. Zij waren er allebei ook kapot van. Terwijl ze zoiets toch wel eerder meegemaakt zullen hebben. Morgen ga ik niet naar college, ik wil nu hier zijn, bij de anderen. Dat is even belangrijker.
Sorry voor dit treurige bericht. Jij hebt Irene niet eens gekend. Maar op dit moment kan ik even aan niets anders denken.
Hartelijke groet,
Inez

 
Zondag 23 februari
Hallo Fatima,
Vorige week hebben we Irene begraven. Het was een heel indrukwekkende belevenis. Net alsof Irene nog een klein beetje tot haar recht kwam als mens. We hebben gezongen, Petra heeft stukjes uit de bijbel gelezen en verteld wat voor meisje Irene was. Net alsof ze er zelf een beetje bij was. Het was fijn om samen bij elkaar te zijn. Aan Marijke heb ik beloofd dat ik deze week weer naar college ga, maar het zal me moeite kosten. En Petra vroeg of ik er met haar over wilde praten. Misschien ga ik binnenkort eens bij haar langs.
Groet,
Inez

 
Zaterdag 20 april
Hallo Fa,
De afgelopen maand ben ik meer in de kerk geweest dan op college. Nee, ik heb niet gespijbeld hoor! Maar er was hier zoveel te beleven! Heel veel extra vieringen, de een nog mooier dan de ander. Zo langzamerhand begin ik het allemaal een beetje mee te beleven, maar ik kan het niet goed uitleggen. Je zou eens moeten komen kijken. Als je weer terug bent, leid ik je wel eens rond. In Marijke’s kliniekje kunnen we in elk geval nog wel een extra paar handen gebruiken.
Groetjes,
Inez

 
Donderdag 26 juni
Hoi Fa,
Nog een dikke week en dan kunnen we elkaar weer zien! Ik verheug me erop. Er is trouwens een leuke aanleiding om je voor te stellen aan al mijn vrienden van het kliniekje. De Olympiamoskee bestaat in september 150 jaar en op de een of andere manier heeft onze kerk daar ook mee te maken. We vieren het in elk geval helemaal samen. Je bent van harte welkom!
Ik zie je maandag op Schiphol! Goeie vlucht en tot maandag!
Groetjes,
Inez


Sara Dondorp

Acht jonge theologen die schrijven over het zoeken naar en het vinden van God in de kerk. Dat levert  leuke maar ook spannende lectuur op. Het is leuk om te lezen hoeveel jonge theologen voor kortere of langere tijd een plek hebben gevonden in de Willem. De verschillen tussen de schrijvers zijn soms groot, en toch voelen zij zich thuis. Wat dat betreft zijn theologen net gewone (jonge) Willem-ers, veel verschillen, maar toch samen één.

Maar vooral zijn de zeven essays spannende literatuur, om de visie op de toekomst en hoe vorm te geven aan het geloof (of hoe plek te zijn voor geloof, of... de auteurs formuleren dit veel beter) verschillen. Dit roept de vraag op van hoe verder? Kortom, er wordt gezocht naar hoe vorm te geven aan de traditie in deze tijd. Uiteraard is iedere tijd uniek, maar de zoektocht naar hoe inhoud te geven aan het geloof is dat, lijkt mij, niet. Het is heerlijk om de vraag naar hoe ziet de toekomst eruit, vooral vanuit een theologisch standpunt, benaderd te zien worden. De discussie in (Protestantse) kerk gaat nu vaak over aantallen kerkleden, geld en het aantal kerken. Hier ligt het accent op wat de boodschap is en hoe daar invulling aan te geven.

Veel begint met als kerk een plek te zijn waar voorbijgangers, en dat is iedereen voor kortere of langere tijd, zich thuis voelt. Hier zitten een inhoudelijke en een organisatorische kant aan. Om met deze laatste te beginnen, er is veel vrijheid om te organiseren en doen, en ook om te falen (al hoeft dat uiteraard niet). Een project dat niet slaagt, is vervelend en wordt zeker geëvalueerd, maar meer om lessen te trekken dan om te (ver)oordelen. Zelf heb ik gemerkt dat jong en onervaren te zijn als voorzitter veilig kan, foutjes worden geaccepteerd omdat ze erbij horen. Een inhoudelijke plek om je thuis te voelen, is een kwestie van verstaanbare preek en gebeden, dat er veel mogelijkheden tot vragen en gesprek zijn. Mogelijkheden tot een gesprek vereisen inhoudelijke vrijheid (zonder te verwateren tot ‘ voetbalclub’ ). Ik ervaar deze het meest bij het nagesprek bij sommige (thema) diensten. Een nagesprek levert mij soms meer op dan de goed voorbereide preek. Dit komt, denk ik, doordat je het in een gesprek niet altijd met elkaar eens bent, probeert te reageren op elkaar en dat kan alleen als jezelf nadenkt over wat geloof ik nu zelf en hoe zou je er zelf invulling aan moeten geven.

Het verkondigen van de boodschap naar buiten is lastiger. Hoe leg je uit aan iemand die niet gelooft, wat je gelooft en wat het geloof met je doet? Verschillende theologen worstelen daarmee, maar dat geldt ook voor meelevende kerkgangers. Hoe leg je uit wat er op zondag gebeurt? Een beetje zingen, een beetje luisteren en koffie toe? Je doet het wel, maar het is beslist niet de essentie. Wat het wel is, is lastig onder woorden te brengen, waardoor het lastig is om aan vrienden, buren of volmaakt vreemden uit te leggen wat de kerk voor hen te bieden heeft. We hebben dat het afgelopen jaar met het jaarthema ‘getuigen’ geoefend, maar het blijft lastig. Soms wordt dit anderen vertellen wat je gelooft en wat het met je kan doen nog bemoeilijkt door vooroordelen en een slecht imago (zoals bij de cursus die nooit begon).

Staan in de traditie is belangrijk, net als staan in de eigen tijd. Door grote veranderingen in de maatschappij is dat soms lastig. Hierdoor is de bijbel soms lastig te begrijpen (al scheelt de nieuwe bijbelvertaling veel). Zo is de gelijkenis over de zaaier lastig om te begrijpen en uit te leggen. Zaaien zie je boeren soms doen, maar zelf hebben de meeste mensen er geen ervaring mee. Dus waarom een boer op rotsige grond zou zaaien is onduidelijk. Dat maakt de vertaalslag van sommige gelijkenissen naar het nu lastig.

Misschien is het inderdaad wel zo dat je als kerk het meer moet hebben van wat je doet dan van wat je zegt. Maar hier weet ik het niet. Als je langer in een kerk mee leeft, dan zie en hoor je van veel activiteiten die onder de term ‘Doe iets!’vallen. Vaak wordt hier niet veel ruchtbaarheid aangegeven omdat dat niet helpt met de activiteit. Ook doen vrijwilligers wat ze doen niet voor de aandacht. Meer PR voor wat je al doet, zou dus een manier kunnen zijn om de boodschap voor het voetlicht te kunnen brengen. Wat dat betreft was het goed dat er in Amsterdam vorig jaar veel aandacht was voor een aantal diaconale projecten. Maar het zoeken naar de boodschap en het vertellen ervan zal door blijven gaan. Deels ook in het doen van nieuwe dingen. Een nieuwe kliniek voor de armen zoals Marijke’s kliniekje zouden dan een mogelijkheid zijn...

Tot slot nog twee dingen die mij aan de Willem aanspreken. Ten eerste het wijkgebonden karakter. Je komt op straat nog eens mensen tegen met wie je hetzelfde gevoel op zondag deelt. Maar ook, niet iedereen is hetzelfde (al blijven het toch in belangrijke mate mensen uit Amsterdam Oud Zuid). Door de verschillen leer je van elkaar, terwijl het overkoepelende, samen geloven in God, toch voor een sterke band zorgt.

Ten tweede is de Willem, het gebouw dat er nu 75 jaar staat, een mooi en inspirerend gebouw. Het heeft een sterke, eigen atmosfeer. Als je binnen komt weet je dat je weer in de Willem bent. Een dergelijk gebouw helpt bij het samen kerk zijn, al zijn voor mij de mensen die samen de kerk vormen toch belangrijker.

Het belooft een spannende toekomst te worden!

Michiel de Nooij

Graag ga ik in op het verzoek om iets te schrijven over en voor de Willem de Zwijgerkerk en haar gemeente. En om met dat eerste te beginnen:
over de Willem de Zwijgerkerk en de gemeente zou ik pagina’s kunnen vullen. Hoewel ik nu met Martje, Cas en Wout zo’n vijf jaar in Harmelen woon en de gereformeerde ‘Open Poort’ de facto “mijn” kerk is, historisch en emotioneel gezien is de ‘Willem’ dat nog veel meer.
Deze vijf jaar in Harmelen, gelegen in het groene hart van Nederland, tussen Utrecht en Woerden kunnen de 34-jarige verbondenheid met de ‘Willem’ en zijn gemeente niet zomaar wegnemen.
Wat wil je ook, als je al als dopeling daar werd binnengedragen. Als je daar bijna elke zondag in de kerkbank zat, met het hele gezin. En als je daar ook nog met al je schoolgenoten kwam tijdens de jaarlijkse Kerstzangdienst van de naburige Elout van Soeterwoudeschool. Ik herinner mij de namen van kerkenraadsleden en dominees die over tafel rolden tijdens het eten, met een vader en een moeder die actief waren in het kerkenwerk.
Tijdens mijn middelbare schooltijd zaten er misschien maar een paar jaar van kritische distantie tussen voordat ik weer nagenoeg elke zondag in de bank schoof, maar nu als koster.

Wat heb je dan níet gezien en gehoord in die kerk en haar gemeente?
Van de hoogste punt van de toren tot onder de houten vloer heb ik rondgekropen. De kamers, waar ik als kind niet durfde te komen (het donkere binnenste van het orgel!) werden later door mij gepoetst en gezogen, soms ’s morgens vroeg, vaak ’s avonds laat.
Alles in en aan de ‘Willem’ is wel op de één of andere manier door mijn handen gegaan. En een deel van mij ligt dan ook in de ’Willem’, achtergebleven in de stookkelder, bovenop het plafond of in de altijd overlopende goten.

Voordat nu de vroegere Raphaëlpleiners zich voelen tekortgedaan; ook die kerk werd mijn thuis. Muzikaal vooral, maar ook als koster. En die kerk was lichter en warmer, absoluut. Maar het was niet de kerk waarin ik mijn eerste stappen zette.

Als ik dan zo verbonden ben met de Amsterdamse ‘Willem’, wat doe ik dan in het dorpse Harmelen?

Met die vraag kom ik bij het gedeelte van mijn bijdrage voor  de ‘Willem’ en zijn gemeente. Die valt in twee delen uiteen.
Allereerst ga ik terug naar de ervaring die ik vanuit mijn kindertijd meenam uit de Willem. Dat is de ervaring van grootsheid en hoogheid die voor mij met dit kerkgebouw zijn verbonden. De trilling die ik voelde toen mijn donkere eikenhouten stoel waarop ik zat als kind bij de Kerstzangdienst, begon te resoneren op de tonen van het orgel. Hoe die onverzettelijkheid, die donkere stevigheid en die statigheid die zo passen bij een kerk, door de muziek kon worden losgewoeld. Hoe de muziek tot in de onmetelijke hoogte tot klinken kon worden gebracht. En ik fantaseerde mij hoog tegen het plafond, waar die muziek dan nóg te horen zou zijn.

Jaren later, als koster, ontdekte ik dat die hoogte, die muziek en die monumentaliteit toch vooral door noeste mensenarbeid tot stand moest worden gebracht. En dat jij als klein mens ook tot in de nok kon komen; met ladders en steigers. Dat ook daar geschilderd en gepoetst moet worden.
Ik ontdekte dat zelfs zo’n monumentaal plafond, of misschien wel júist zo’n monumentaal plafond, gevoelig is voor scheuren en lekkage. Dat dat monumentale orgel een Van Leeuwenorgel is, volledig pneumatisch, met alle gebreken van dien.
De magie verdween uit het gebouw, toen ik eenmaal wist hoeveel mensenwerk eraan vastzat.

Vanuit mijn kinderervaringen zou ik daarom willen benadrukken: Laat de magie haar werk doen!
Laat de monumentaliteit tot haar recht komen, in beeld en muziek, in vorm en inhoud. Want het brengt iets teweeg, niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassen. Het is iets wat ik zelf kwijt was geraakt.
Ik schrok toen ik van gemeenteleden uit Harmelen hoorde: “Wat een prachtige kerk is dat!”
Ik was het alleen maar als een hoop werk gaan zien!

Gelukkig weet ik nu weer wat schoonheid en aandacht teweeg kunnen brengen. Koester uw gebouw en zie het steeds weer door de ogen van de bezoeker, die voor de eerste keer komt binnenlopen en zich laaft aan de schoonheid ervan.
Blijf investeren in goede muziek en passende aankleding. Het kost wat, maar ons verhaal is het waard.
Maak het voor veel meer mensen mogelijk om zo binnen te lopen. Sta open voor de passerende mens die op zoek is naar die hoogte, die nieuwsgierig is naar de kleur en de geur van het gebouw áchter die donkere Amsterdamse Schoolgevel.

Nu kom ik bij het tweede punt dat ik wil aanroeren en dat vooral sterk verbonden is met de spreidstand waarin ik mij bevind tussen het dorpse Harmelen en het stadse Amsterdam. Als mensen mij hier zeggen dat het toch wel een heel verschil is, zo van de grote stad naar het kleine Harmelen, dan vertel ik ze steeds weer dat ook Amsterdam eigenlijk gewoon en verzameling dorpjes is; dat elke wijk en elke buurt eigenlijk een dorp op zich is, waar mensen elkaar kennen, weten in welke auto je rijdt, weten waar je woont en wat je omstandigheden zijn. Dat ging bij ons in de Lomanstraat in ieder geval zo.
Ook die mengeling van ongezonde nieuwsgierigheid en oprechte betrokkenheid, die altijd schijnt te kleven aan de dorpse sociale controle, ken ik uit Amsterdam. En die heb ik, net als in dit dorp, nooit als onplezierig ervaren.

Sterker nog, ik denk dat wij de kracht van de dorpse gemeenschap, de betrokkenheid op elkaar, moeten proberen te verplaatsen naar de stadswijken van de grote steden. Ik denk dat de kerk die net als in het dorp centraal staat in de wijk, daarin een voortrekkende rol kan spelen. Het is de anonimiteit van de mensen en van de openbare ruimte, die desinteresse voor die naasten en misbruik van die openbare ruimte oproepen.
En al zouden we het sociale controle noemen, het houdt ons in ieder geval in een sociaal evenwicht.

Een ander argument voor deze kleinschalige wijkgebonden aanpak, is de al jarenlang optredende verkleining van onze wereld. Daarmee bedoel ik dat techniek en media, computer en televisie het mogelijk maken de verste einden van onze aarde binnen te halen in de huiskamer. Onze wereld wordt steeds kleiner, maar onze betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt wordt niet groter.

We concentreren onze echte betrokkenheid meer en meer op onze eigen kring.
Bijeenkomsten waar alleen dialect wordt gesproken (kerkdiensten!), studies van de eigen taal, de eigen familie (genealogie) en de eigen omgeving kunnen zich verheugen in een grote belangstelling.
Hoe meer de wereld uitdijt, hoe meer we voor onszelf een thuis zoeken in de buurt, waar we elkaar kennen en herkennen. Zo’n thuis is de kerk van oudsher geweest en zou ze naar mijn stellige overtuiging weer kunnen zijn.

Dit is in feite een pleidooi voor het in ere herstellen van de aloude wijkgemeente. Ik weet dat er in de afgelopen jaren veel beleidsplannen voor de Amsterdamse kerken zijn verschenen die inzetten bij specialisatie en differentiatie. Maar als ik denk aan de Willem de Zwijgerkerkgemeente dan heeft die altijd vol allure haar wijkgebonden karakter uitgedragen. Juist daarop zou ze zich meer en meer moeten concentreren. In een wijk waar zo volop gewoond en gewerkt wordt, kan deze kerk als een echte dorpskerk in het midden staan.

Evert-Jan van Katwijk

  • 1
  • 2

Welkom op zondag

U bent welkom bij onze diensten.

Dopen, trouwen, rouwen

Neem contact op met onze wijkpredikant ds. N. G. Scholten, 020 6641277

Willem de Zwijgerkerk

Olympiaweg 14
1076 VX - Amsterdam
Tel. 020 662 27 00
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.