De ‘Willem’ als dorpskerk - Evert-Jan van Katwijk

Graag ga ik in op het verzoek om iets te schrijven over en voor de Willem de Zwijgerkerk en haar gemeente. En om met dat eerste te beginnen:
over de Willem de Zwijgerkerk en de gemeente zou ik pagina’s kunnen vullen. Hoewel ik nu met Martje, Cas en Wout zo’n vijf jaar in Harmelen woon en de gereformeerde ‘Open Poort’ de facto “mijn” kerk is, historisch en emotioneel gezien is de ‘Willem’ dat nog veel meer.
Deze vijf jaar in Harmelen, gelegen in het groene hart van Nederland, tussen Utrecht en Woerden kunnen de 34-jarige verbondenheid met de ‘Willem’ en zijn gemeente niet zomaar wegnemen.
Wat wil je ook, als je al als dopeling daar werd binnengedragen. Als je daar bijna elke zondag in de kerkbank zat, met het hele gezin. En als je daar ook nog met al je schoolgenoten kwam tijdens de jaarlijkse Kerstzangdienst van de naburige Elout van Soeterwoudeschool. Ik herinner mij de namen van kerkenraadsleden en dominees die over tafel rolden tijdens het eten, met een vader en een moeder die actief waren in het kerkenwerk.
Tijdens mijn middelbare schooltijd zaten er misschien maar een paar jaar van kritische distantie tussen voordat ik weer nagenoeg elke zondag in de bank schoof, maar nu als koster.

Wat heb je dan níet gezien en gehoord in die kerk en haar gemeente?
Van de hoogste punt van de toren tot onder de houten vloer heb ik rondgekropen. De kamers, waar ik als kind niet durfde te komen (het donkere binnenste van het orgel!) werden later door mij gepoetst en gezogen, soms ’s morgens vroeg, vaak ’s avonds laat.
Alles in en aan de ‘Willem’ is wel op de één of andere manier door mijn handen gegaan. En een deel van mij ligt dan ook in de ’Willem’, achtergebleven in de stookkelder, bovenop het plafond of in de altijd overlopende goten.

Voordat nu de vroegere Raphaëlpleiners zich voelen tekortgedaan; ook die kerk werd mijn thuis. Muzikaal vooral, maar ook als koster. En die kerk was lichter en warmer, absoluut. Maar het was niet de kerk waarin ik mijn eerste stappen zette.

Als ik dan zo verbonden ben met de Amsterdamse ‘Willem’, wat doe ik dan in het dorpse Harmelen?

Met die vraag kom ik bij het gedeelte van mijn bijdrage voor  de ‘Willem’ en zijn gemeente. Die valt in twee delen uiteen.
Allereerst ga ik terug naar de ervaring die ik vanuit mijn kindertijd meenam uit de Willem. Dat is de ervaring van grootsheid en hoogheid die voor mij met dit kerkgebouw zijn verbonden. De trilling die ik voelde toen mijn donkere eikenhouten stoel waarop ik zat als kind bij de Kerstzangdienst, begon te resoneren op de tonen van het orgel. Hoe die onverzettelijkheid, die donkere stevigheid en die statigheid die zo passen bij een kerk, door de muziek kon worden losgewoeld. Hoe de muziek tot in de onmetelijke hoogte tot klinken kon worden gebracht. En ik fantaseerde mij hoog tegen het plafond, waar die muziek dan nóg te horen zou zijn.

Jaren later, als koster, ontdekte ik dat die hoogte, die muziek en die monumentaliteit toch vooral door noeste mensenarbeid tot stand moest worden gebracht. En dat jij als klein mens ook tot in de nok kon komen; met ladders en steigers. Dat ook daar geschilderd en gepoetst moet worden.
Ik ontdekte dat zelfs zo’n monumentaal plafond, of misschien wel júist zo’n monumentaal plafond, gevoelig is voor scheuren en lekkage. Dat dat monumentale orgel een Van Leeuwenorgel is, volledig pneumatisch, met alle gebreken van dien.
De magie verdween uit het gebouw, toen ik eenmaal wist hoeveel mensenwerk eraan vastzat.

Vanuit mijn kinderervaringen zou ik daarom willen benadrukken: Laat de magie haar werk doen!
Laat de monumentaliteit tot haar recht komen, in beeld en muziek, in vorm en inhoud. Want het brengt iets teweeg, niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassen. Het is iets wat ik zelf kwijt was geraakt.
Ik schrok toen ik van gemeenteleden uit Harmelen hoorde: “Wat een prachtige kerk is dat!”
Ik was het alleen maar als een hoop werk gaan zien!

Gelukkig weet ik nu weer wat schoonheid en aandacht teweeg kunnen brengen. Koester uw gebouw en zie het steeds weer door de ogen van de bezoeker, die voor de eerste keer komt binnenlopen en zich laaft aan de schoonheid ervan.
Blijf investeren in goede muziek en passende aankleding. Het kost wat, maar ons verhaal is het waard.
Maak het voor veel meer mensen mogelijk om zo binnen te lopen. Sta open voor de passerende mens die op zoek is naar die hoogte, die nieuwsgierig is naar de kleur en de geur van het gebouw áchter die donkere Amsterdamse Schoolgevel.

Nu kom ik bij het tweede punt dat ik wil aanroeren en dat vooral sterk verbonden is met de spreidstand waarin ik mij bevind tussen het dorpse Harmelen en het stadse Amsterdam. Als mensen mij hier zeggen dat het toch wel een heel verschil is, zo van de grote stad naar het kleine Harmelen, dan vertel ik ze steeds weer dat ook Amsterdam eigenlijk gewoon en verzameling dorpjes is; dat elke wijk en elke buurt eigenlijk een dorp op zich is, waar mensen elkaar kennen, weten in welke auto je rijdt, weten waar je woont en wat je omstandigheden zijn. Dat ging bij ons in de Lomanstraat in ieder geval zo.
Ook die mengeling van ongezonde nieuwsgierigheid en oprechte betrokkenheid, die altijd schijnt te kleven aan de dorpse sociale controle, ken ik uit Amsterdam. En die heb ik, net als in dit dorp, nooit als onplezierig ervaren.

Sterker nog, ik denk dat wij de kracht van de dorpse gemeenschap, de betrokkenheid op elkaar, moeten proberen te verplaatsen naar de stadswijken van de grote steden. Ik denk dat de kerk die net als in het dorp centraal staat in de wijk, daarin een voortrekkende rol kan spelen. Het is de anonimiteit van de mensen en van de openbare ruimte, die desinteresse voor die naasten en misbruik van die openbare ruimte oproepen.
En al zouden we het sociale controle noemen, het houdt ons in ieder geval in een sociaal evenwicht.

Een ander argument voor deze kleinschalige wijkgebonden aanpak, is de al jarenlang optredende verkleining van onze wereld. Daarmee bedoel ik dat techniek en media, computer en televisie het mogelijk maken de verste einden van onze aarde binnen te halen in de huiskamer. Onze wereld wordt steeds kleiner, maar onze betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt wordt niet groter.

We concentreren onze echte betrokkenheid meer en meer op onze eigen kring.
Bijeenkomsten waar alleen dialect wordt gesproken (kerkdiensten!), studies van de eigen taal, de eigen familie (genealogie) en de eigen omgeving kunnen zich verheugen in een grote belangstelling.
Hoe meer de wereld uitdijt, hoe meer we voor onszelf een thuis zoeken in de buurt, waar we elkaar kennen en herkennen. Zo’n thuis is de kerk van oudsher geweest en zou ze naar mijn stellige overtuiging weer kunnen zijn.

Dit is in feite een pleidooi voor het in ere herstellen van de aloude wijkgemeente. Ik weet dat er in de afgelopen jaren veel beleidsplannen voor de Amsterdamse kerken zijn verschenen die inzetten bij specialisatie en differentiatie. Maar als ik denk aan de Willem de Zwijgerkerkgemeente dan heeft die altijd vol allure haar wijkgebonden karakter uitgedragen. Juist daarop zou ze zich meer en meer moeten concentreren. In een wijk waar zo volop gewoond en gewerkt wordt, kan deze kerk als een echte dorpskerk in het midden staan.

Evert-Jan van Katwijk

Welkom op zondag

U bent welkom bij onze diensten.

Dopen, trouwen, rouwen

Neem contact op met onze wijkpredikant ds. N. G. Scholten, 020 6641277

Willem de Zwijgerkerk

Olympiaweg 14
1076 VX - Amsterdam
Tel. 020 662 27 00
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.