75 jaar jong - Michiel de Nooij

Acht jonge theologen die schrijven over het zoeken naar en het vinden van God in de kerk. Dat levert  leuke maar ook spannende lectuur op. Het is leuk om te lezen hoeveel jonge theologen voor kortere of langere tijd een plek hebben gevonden in de Willem. De verschillen tussen de schrijvers zijn soms groot, en toch voelen zij zich thuis. Wat dat betreft zijn theologen net gewone (jonge) Willem-ers, veel verschillen, maar toch samen één.

Maar vooral zijn de zeven essays spannende literatuur, om de visie op de toekomst en hoe vorm te geven aan het geloof (of hoe plek te zijn voor geloof, of... de auteurs formuleren dit veel beter) verschillen. Dit roept de vraag op van hoe verder? Kortom, er wordt gezocht naar hoe vorm te geven aan de traditie in deze tijd. Uiteraard is iedere tijd uniek, maar de zoektocht naar hoe inhoud te geven aan het geloof is dat, lijkt mij, niet. Het is heerlijk om de vraag naar hoe ziet de toekomst eruit, vooral vanuit een theologisch standpunt, benaderd te zien worden. De discussie in (Protestantse) kerk gaat nu vaak over aantallen kerkleden, geld en het aantal kerken. Hier ligt het accent op wat de boodschap is en hoe daar invulling aan te geven.

Veel begint met als kerk een plek te zijn waar voorbijgangers, en dat is iedereen voor kortere of langere tijd, zich thuis voelt. Hier zitten een inhoudelijke en een organisatorische kant aan. Om met deze laatste te beginnen, er is veel vrijheid om te organiseren en doen, en ook om te falen (al hoeft dat uiteraard niet). Een project dat niet slaagt, is vervelend en wordt zeker geëvalueerd, maar meer om lessen te trekken dan om te (ver)oordelen. Zelf heb ik gemerkt dat jong en onervaren te zijn als voorzitter veilig kan, foutjes worden geaccepteerd omdat ze erbij horen. Een inhoudelijke plek om je thuis te voelen, is een kwestie van verstaanbare preek en gebeden, dat er veel mogelijkheden tot vragen en gesprek zijn. Mogelijkheden tot een gesprek vereisen inhoudelijke vrijheid (zonder te verwateren tot ‘ voetbalclub’ ). Ik ervaar deze het meest bij het nagesprek bij sommige (thema) diensten. Een nagesprek levert mij soms meer op dan de goed voorbereide preek. Dit komt, denk ik, doordat je het in een gesprek niet altijd met elkaar eens bent, probeert te reageren op elkaar en dat kan alleen als jezelf nadenkt over wat geloof ik nu zelf en hoe zou je er zelf invulling aan moeten geven.

Het verkondigen van de boodschap naar buiten is lastiger. Hoe leg je uit aan iemand die niet gelooft, wat je gelooft en wat het geloof met je doet? Verschillende theologen worstelen daarmee, maar dat geldt ook voor meelevende kerkgangers. Hoe leg je uit wat er op zondag gebeurt? Een beetje zingen, een beetje luisteren en koffie toe? Je doet het wel, maar het is beslist niet de essentie. Wat het wel is, is lastig onder woorden te brengen, waardoor het lastig is om aan vrienden, buren of volmaakt vreemden uit te leggen wat de kerk voor hen te bieden heeft. We hebben dat het afgelopen jaar met het jaarthema ‘getuigen’ geoefend, maar het blijft lastig. Soms wordt dit anderen vertellen wat je gelooft en wat het met je kan doen nog bemoeilijkt door vooroordelen en een slecht imago (zoals bij de cursus die nooit begon).

Staan in de traditie is belangrijk, net als staan in de eigen tijd. Door grote veranderingen in de maatschappij is dat soms lastig. Hierdoor is de bijbel soms lastig te begrijpen (al scheelt de nieuwe bijbelvertaling veel). Zo is de gelijkenis over de zaaier lastig om te begrijpen en uit te leggen. Zaaien zie je boeren soms doen, maar zelf hebben de meeste mensen er geen ervaring mee. Dus waarom een boer op rotsige grond zou zaaien is onduidelijk. Dat maakt de vertaalslag van sommige gelijkenissen naar het nu lastig.

Misschien is het inderdaad wel zo dat je als kerk het meer moet hebben van wat je doet dan van wat je zegt. Maar hier weet ik het niet. Als je langer in een kerk mee leeft, dan zie en hoor je van veel activiteiten die onder de term ‘Doe iets!’vallen. Vaak wordt hier niet veel ruchtbaarheid aangegeven omdat dat niet helpt met de activiteit. Ook doen vrijwilligers wat ze doen niet voor de aandacht. Meer PR voor wat je al doet, zou dus een manier kunnen zijn om de boodschap voor het voetlicht te kunnen brengen. Wat dat betreft was het goed dat er in Amsterdam vorig jaar veel aandacht was voor een aantal diaconale projecten. Maar het zoeken naar de boodschap en het vertellen ervan zal door blijven gaan. Deels ook in het doen van nieuwe dingen. Een nieuwe kliniek voor de armen zoals Marijke’s kliniekje zouden dan een mogelijkheid zijn...

Tot slot nog twee dingen die mij aan de Willem aanspreken. Ten eerste het wijkgebonden karakter. Je komt op straat nog eens mensen tegen met wie je hetzelfde gevoel op zondag deelt. Maar ook, niet iedereen is hetzelfde (al blijven het toch in belangrijke mate mensen uit Amsterdam Oud Zuid). Door de verschillen leer je van elkaar, terwijl het overkoepelende, samen geloven in God, toch voor een sterke band zorgt.

Ten tweede is de Willem, het gebouw dat er nu 75 jaar staat, een mooi en inspirerend gebouw. Het heeft een sterke, eigen atmosfeer. Als je binnen komt weet je dat je weer in de Willem bent. Een dergelijk gebouw helpt bij het samen kerk zijn, al zijn voor mij de mensen die samen de kerk vormen toch belangrijker.

Het belooft een spannende toekomst te worden!

Michiel de Nooij

Welkom op zondag

U bent welkom bij onze diensten.

Dopen, trouwen, rouwen

Neem contact op met onze wijkpredikant ds. N. G. Scholten, 020 6641277

Willem de Zwijgerkerk

Olympiaweg 14
1076 VX - Amsterdam
Tel. 020 662 27 00
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.