Storm en stilte in de Willem

Jubileumboekje dat is samengesteld en uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Willem de Zwijgerkerk.

Klik op onderstaande links om de verschillende hoofdstukken te lezen.

Op hoop van zegen! - Janneke Stegeman en Irene van der Meulen

Lieve Willem,

Allereerst onze hartelijke felicitaties met je verjaardag! Vijfenzeventig jaar alweer, wat een leeftijd. Een moment om terug te kijken, en misschien ook nog wel een blik vooruit te werpen. Zo gaan onze gedachten terug naar het moment dat we je leerden kennen, een paar jaar geleden. De eerste indruk die wij van je kregen was niet slecht. Je was toen ook nog wat jaartjes jonger dan nu, misschien een tikje vitaler en aantrekkelijker… Hoewel, hoewel… We kunnen gerust zeggen dat je je  aantrekkingskracht niet verliest bij het ouder worden. Een charmante oudere heer ben je, grijs op het hoofd, maar groen van hart. Nog steeds staat je deur open en je hebt je vermogen het je gasten behaaglijk te maken niet verloren. 

Ja, Willem, alle lof, en toch maken we ons soms zorgen om je. Graag zouden we je nog lang bij ons hebben, en het lijkt haast voorbarig dit thema aan te snijden. Maar is het realistisch te verwachten dat je de honderd zult halen? We vragen ons soms af hoe lang je nog zelfstandig kunt blijven wonen. Misschien heb je een levensgezel nodig, of wat hulp van vrienden, zoals jouw vrienden evengoed jouw hulp wellicht goed kunnen gebruiken. Ach, Willem, liever hadden we dat je bleef zoals je bent. We voelen ons thuis bij jou, en zoveel plekken zijn er niet die op diezelfde manier een thuis voor ons zijn.

En toch… je grijze haar wordt langzaam wit. Hoe komt dat? Waar blijven je jonge gasten? Waarom komen wij, toch ook jong en niet van gisteren, graag bij jou over de vloer, maar laten de meeste jonge mensen verstek gaan? Weten ze je niet te vinden, hebben ze geen oog voor je charmes, hebben ze voldoende andere plaatsen waar ze zich thuis kunnen voelen? Laten we eerst eens nagaan waarom wíj zo graag bij jou komen…

Jij bent een plek waar we altijd binnen kunnen lopen, waar concentratie is, waar mooie liederen gezongen en gebeden gebeden worden. Bij jou vinden we rust, hoe zeldzaam, en troost en bemoediging. Oude woorden, maar waardevol, en dat soort oude woorden gebruik jij nog. Je bent een man van traditie. Zoveel hebben jouw oude ogen gezien, jouw handen aangeraakt. Vaak genoeg verras je ons met een heldere blik op het heden. Of hervinden wij terwijl onze blik rust op jouw degelijke meubels onszelf. Jij verhaalt over een andere wereld dan deze, of over deze wereld maar dan anders. God weet dat we daar soms behoefte aan hebben. Jij vertelt over mensen die in die wereld durfden te geloven en over mensen die de hoop nooit verloren. We durven het soms nauwelijks te geloven. En jouw huis is een trefpunt voor mensen met dezelfde behoeften. Als ik ze ergens anders toevallig tegenkom, knipoog ik naar ze. Wij kennen Willem, we hebben samen iets. En we zijn daarmee uitzonderingen. Om niet te zeggen buitenbeentjes, lid van een geheim genootschap. Waarmee meteen gezegd is: zo hoog blazen we niet van de toren dat we jou frequenteren. Gek, want zou niet iedereen verlangen naar zo’n plek? Zou het probleem niet zijn dat mensen jou domweg niet weten te vinden, of je wel weten te vinden, maar niet weten wat jij hun te bieden hebt? Zouden mensen misschien een verkeerd beeld van je hebben? Sommige mensen schijnen te denken dat je grijs en saai bent, dat je mensen verplicht tot van alles en nog wat, dat het je ontbreekt aan kleur en geestkracht. Wellicht ligt daar ook een taak voor ons. Wie kan beter vertellen wie jij écht bent dan jouw gasten?

Hier stokt onze adem en vallen we stil. Want vertel jij ons dan hoe dat te doen. Hoe wil jij dat we je onder de aandacht van mensen brengen? Zullen we je naam van de daken schreeuwen, zullen we een grootscheepse reclamecampagne opzetten, zullen we huis-aan-huis flyers verspreiden? Waarom niet? Het is het proberen waard. Maar ergens knaagt aan ons de idee dat dat niet de manier is waarop jij wenst te worden aangeprezen. Bescheiden, rustig, bedachtzaam ben je immers, dat rijmt niet met geschreeuw, met vlaggen en wimpels, met grote woorden. Juist jouw reserve en stilte trekken ons aan. Dat ook jij niet op alle vragen een antwoord hebt en dat ook durft toe te geven. Dat jij soms zelfs meer vragen stelt dan antwoorden geeft. Dat er bij jou thuis plaats mag zijn voor twijfel en ongeloof. Dat is een verademing, want zo kunnen we bij jou zijn wie we zijn. Zoekers, vragers, twijfelaars, soms gelovig, soms ongelovig…

Maar betekent dit dan einde verhaal? We hebben het goed bij jou, o wat fijn, we zullen nog vaak – zolang het kan – bij je langskomen, en wie jou niet kent, jammer dan, pech gehad! Zijn we zo pretentieloos? Is ons verlangen om anderen te laten delen in onze vreugde zo klein? Dat kan toch niet waar zijn?! Jij, lieve Willem, biedt ons iets unieks en waardevols en natuurlijk willen we dat niet voor onszelf houden. Maar begrijp je hoe moeilijk het kan zijn om onder woorden te brengen wat we precies van jou ontvangen? Het heeft iets te maken met geloof, met God… En dat is nou eenmaal niet in logische bewoordingen of met grote precisie te vatten. We kunnen jou daarom niet in reclameslogans en oneliners aan de vrouw en man brengen. Sorry Willem, al roepen alle reclamedeskundigen nog zo hard dat dat de beste marketingtechniek is, ze past jou niet menen wij.

Zou het niet kunnen zijn dat jouw kracht erin schuilt een tégenkracht te zijn? De wereld schreeuwt, maar jij fluistert. De wereld valt uiteen, maar jij brengt mensen samen. De wereld is elke dag nieuw, maar jij herbergt een eeuwenoude traditie. Hoe verlangen mensen naar stilte, naar gemeenschap, naar duurzaamheid! Zei Jezus al niet zoiets, over ‘in de wereld maar niet van de wereld’? De vraag hoe dat te verkondigen staat nog steeds overeind. Maar een tegenkracht verkondig je niet, een tegenkracht bén je. Zoals Jezus – ja, alweer Jezus! Jij hebt ons over al die wijsheden van Jezus verteld… – niet zei zout te bréngen in de wereld, maar zout te zíjn. Beste Willem, wil jij ons daarbij helpen en ons leren hoe dat moet? Wil jij ons elke zondagmorgen weer eraan herinneren? We hoeven geen zout te worden, we zijn het al, maar soms vergeten we het. Daarom hopen we dat jij nog lang bij ons zult blijven en je wijsheden, je stilte, je oude verhalen, je rust en je onrustbarende vragen met ons wilt blijven delen. Zoals ook wij onze verhalen, onze ervaringen, onze gedachten met jou en jouw andere gasten willen delen. In en door dit delen vatten wij moed om verder te gaan, de wijde wereld in, als nieuwe mensen die blijven geloven in en willen bouwen aan een wereld van liefde en gerechtigheid.

Op hoop van zegen!

Janneke Stegeman
Irene van der Meulen

 

Pleidooi voor een toekomst van de kerk - Jantine Heuvelink

 

Plaats van de kerk

In mijn werk als studentenpastor maar ook daarbuiten word ik er regelmatig mee geconfronteerd: de kerk heeft geen vanzelfsprekende plaats meer in de samenleving. Sterker nog: ik ontmoet veel leeftijdsgenoten, hogeropgeleide mensen, die geen idee hebben waar dat woord ‘kerk’ vandaag de dag voor staat. Zij kennen de gebouwen en de stereotiepen, maar hebben geen enkel idee hoe ‘kerk’ kan slaan op een gebeuren waarin mensen zoals ik iets te zoeken zouden kunnen hebben. (Dat je er iets te brengen zou kunnen hebben, is sowieoso een brug te ver.) Wat mij ook opvalt: het zijn zowel mensen met een antireligieuze houding als zeer welwillende mensen, die niet weten waar het woord ‘kerk’ voor staat.

Anderzijds ontdek ik ook regelmatig hoe beperkt mijn beeld is van het gebeuren ‘kerk’ in Nederland. Een voluit orthodox-gereformeerde, evangelische of Rooms-Katholieke viering heb ik nog nooit bezocht. En van het feit dat er ook kerken zijn die wel volzitten op zondagmorgen, moet ik telkens weer opnieuw worden overtuigd.

Te spreken over de toekomst van ‘de kerk’ in Nederland vind ik dan ook een waagstuk. Daarvoor zijn er teveel verschillende kerken in Nederland, teveel verschillende tradities. Alleen al de plaats waar de kerk staat, in de stad of in een dorp, in het oosten of in het westen van het land, heeft invloed op hoe een kerk zich ontwikkelt. Als je kijkt naar de groei en ontwikkeling die kerken wereldwijd meemaken en er vanuit gaat dat dit doorwerkt op Nederland, dan zijn de toekomstige ontwikkelingen niet te overzien. De toekomst van de kerk in Nederland voorspellen, probeer ik dus maar niet. Maar ik wil wel een pleidooi houden voor het behoud van een plaats in de samenleving voor de kerk zoals ik die ken. Wat zij voor mij is, kan zij ook voor anderen zijn, namelijk een plek:

-          Waar verschillende generaties elkaar ontmoeten;
-          Waar tijd en ruimte is voor gesprek over levensvragen;
-          Waar de belangrijke overgangsmomenten in het leven met rituelen (kunnen) worden  gemarkeerd (geboorte, dood, samen door het leven gaan);
-          Waar de christelijke traditie wordt uitgelegd en praktisch gebruikt;
-          Waar vragen mogen worden gesteld;
-          Waar je geestverwanten kunt tegen komen;
-          Waar iedereen kan bijdragen aan een gemeenschappelijk belang;
-          Waar hartekreten een plek krijgen;
-          Waar woorden worden gezocht om aan te duiden wat ons beweegt en beroert;
-          Waar je je kunt uitspreken voor het aangezicht van God.

Niet voor iedereen is de kerk een geschikte plek. Het idee dat de kerk voor iedereen een thuis kan zijn of zou moeten kunnen zijn, heb ik losgelaten. Zoals niet iedereen van nature muzikaal is, zo is ook niet iedereen van nature religieus. Niet iedereen heeft behoefte aan kerk of religie en dus kan de kerk ook niet voor iedereen in een behoefte voorzien. Dat is geen manco van de kerk!

Mensen die de (een) kerk kennen en er gevoel voor hebben, kunnen zich aansluiten bij een gemeente. Of zij dit doen, hangt af van een bewuste keuze. Soms zal er sprake zijn van een samenloop van omstandigheden, of van geluk.

Het lidmaatschap van een kerk is in mijn omgeving niet meer vanzelfsprekend. Ook is de betrokkenheid bij een kerk niet meer oneindig. Tijd, prioriteit en je aangesproken voelen, zijn belangrijke elementen. De kerk zal in de toekomst in haar organisatiestructuur en PR-beleid hier veel meer rekening mee moeten houden.

plaats van de Willem

De Willem de Zwijgerkerk wordt gekenmerkt door haar context: het is een PKN-gemeente in een stad. Het is een territoriale gemeente, zij is duidelijk verbonden met en wordt gevormd door de mensen in de buurt. Als een kerk van haar tijd kenmerkt zij zich door traditie en vernieuwing. Zij gaat met haar tijd mee.

De Willem de Zwijgerkerk is één van de 25 gemeenten van de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA). Binnen de PKA speelt het proces ‘Op weg naar een wervende kerk’. Een proces van versoberen, verbeteren en vernieuwen dat als doel heeft het voortbestaan van de PKA te waarborgen nu haar ledenaantal afneemt.  

Binnen Amsterdam is de Willem de Zwijgerkerk één van de honderden christelijke gemeenschappen die op zondag en door de week bij elkaar komen. De diversiteit aan christelijke gemeenschappen in Amsterdam wordt steeds groter. Bij de Raad van Kerken Amsterdam zijn uiteenlopende kerkgenootschappen aangesloten. Het Evangelische Contact Amsterdam laat eveneens een grote diversiteit zien aan religieuze gemeenschappen.

Voor de toekomst verwacht ik het volgende:

De Willem de Zwijgerkerk zal opgaan in de grotere PKA. Gezien de draagkracht, financieel en qua tijd per gemeentelid, zullen er nog maar op een paar locaties in Amsterdam vieringen kunnen worden gehouden. (Bijvoorbeeld in oost, west, noord, zuid en centrum). Het zou goed kunnen dat de kerken op de verschillende locaties op grond van een overheersende signatuur zich ontwikkelen in een bepaalde richting, bijvoorbeeld orthodox, vrijzinnig of evangelisch. Dat zou kunnen betekenen dat mensen niet vanzelfsprekend naar de PKA-dienst in hun regio gaan. Zij kunnen dan ofwel besluiten in een andere regio naar de kerk te gaan ofwel op zoek gaan naar een kerk in de eigen regio waar zij zich meer thuisvoelen.

De Protestantse Kerk Amsterdam zal op grond van haar ledenaantal, het verminderde aantal locaties en de afnemende bekendheid van haar instituut een bescheidener plaats in gaan nemen in kerkelijk Amsterdam. Zij wordt één van de vele religieuze gemeenschappen. Wellicht zullen er nieuwe oecumenische verbanden ontstaan.

plaats voor mijzelf

Jarenlang heb ik mij niet thuis gevoeld in mijn eigen, toen nog Hervormde, kerk. De preek, de liederen en de gebeden, ik kon er niets mee. In een naburige, eveneens Hervormde kerk, vonden eens per maand experimentele diensten plaats. Er was plaats voor eigen inbreng, er was variatie in muziek en ik verstond wat er in de preek en de gebeden werd gezegd. Wat een verademing! Vanaf toen wist ik: het kan dus ook anders in de kerk. Het ging er alleen om voor mijzelf de juiste plek te vinden.

Mijn plek heb ik 5 jaar geleden in de Willem de Zwijgerkerk gevonden. Dat heeft zeker te maken met de verstaanbaarheid van de preek en de gebeden, de variatie in de liederen en de vele mogelijkheden tot gesprek. Alles wat ik hierboven noemde in mijn pleidooi voor het behoud van ‘mijn’ kerk, vind ik en houdt mij in de Willem. Maar evenzeer heeft het te maken met het kennen van en gekend worden door de groep mensen die samen de Willem vormen. Ik ben mij gaan thuisvoelen in de gemeente. Ik ben erbij gaan horen. Dat heeft tijd gekost.

De toekomst van de Willem ligt volgens mij niet in het behoud van haar naam en ook niet in het behoud van haar plaats. Ik denk dat haar toekomst ligt in wat ik hierboven noem: het is een plek die ik anderen kan aanraden en waar veel gebeurt. Tegelijkertijd is het een gemeenschap, een groep mensen, waar je bij kunt gaan horen, als je er tijd in wilt steken.

Dat zo’n plaats blijft bestaan, binnen mijn bereik en binnen het bereik van anderen, dat hoop ik voor de toekomst.

Jantine Heuvelink

 

Doe iets! Op zoek naar woorden in de kerk. - Jan Glazema

Schrijvend probeer ik een antwoord te vinden op de vraag die gesteld wordt bij het 75- jarig jubileum van  de Willem de Zwijgerkerk in Amsterdam: Wat is de toekomst van de kerk; de “Willem”, maar ook de kerk in het algemeen? Hoe gaan jonge theologen op zoek naar God. Wat is hun visie?

3 Maanden geleden ben ik predikant geworden op een waddeneiland. Sindsdien is mijn zoektocht naar God anders. Sinds ik geen student meer ben, sta ik aan de kant van de Kerk. Ik vertegenwoordig de antwoorden op .... Er wordt op mij gelet. Er wordt van mij verwacht. Ik wordt geacht te hebben gevonden. Ik ben de kerk.

Toch ben ik nog steeds op zoek. Maar het nieuwe zoeken is een zoeken dat zich niet langer vrijblijvend, ongeleid en in alle richtingen ontwikkelt. Het is een zoeken naar passende woorden.

Het is een zoeken dat niet langer alleen maar op een gevoel drijft, maar een zoeken dat vraagt om concrete resultaten. Er moet iets van het zoeken te merken zijn. Er is een levenspraktijk, het leven en werken van deze kerkgemeenschap, die dat van mij verwacht.

Tegelijkertijd weet ik met velen dat de kerk niet meer het instituut is dat voorschrijft hoe je moet leven, of dat een claim legt op hoe het leven (de samenleving) in elkaar steekt. Het is niet de kerk als instituut, maar het is ook niet meer de kerkelijke gemeenschap – als sociale groep - die deze pretentie waar kan maken. Mensen zijn autonoom geworden (uit eigen keuze, of per decreet), en maken tegelijkertijd als individu ook direct deel uit van de samenleving als geheel. De afstand tussen deze beide niveau’s is zo groot, dat er een kloof is ontstaan, een gat dat door de kerk is achtergelaten, een gat dat  - misschien – “burgerschap” zou kunnen heten (hoewel het evengoed moreel zelfbewustzijn zou kunnen heten, als dat een woord was).

Dit gat wordt gevoeld onder kerkmensen (en niet alleen zij). Er bestaat een verlegenheid hierover die schijnbaar als vanzelf de paradigmatische vorm heeft aangenomen van een gedachtegang als: ‘ Het wordt allemaal minder.’  Niet de feitelijke ontkerkelijking van de samenleving (de ‘ veranderde tijd’ ) is hierbij maatgevend, maar juist een morele verlatenheid, of desoriëntatie  – de onmeetbare grootheid erachter – die wordt waargenomen. Toch wordt de feitelijkheid genoemd, omdat voor die onmeetbare grootheid geen woorden zijn.

De kerk heeft moeite gehad om vorm en inhoud te geven aan de erfenis die zij in deze tijd te verdelen heeft. Haar leden en oud-leden is onvoldoende geleerd om dat “burgerschap” vanuit het kerkelijke gedachtegoed in te vullen, of aan te vullen. Het gevolg is enerzijds een kerkelijk tegoed aan waarden dat nergens meer ‘gestort’ kan worden (en daardoor niet vernieuwd kan worden, maar met veroudering en een beperkte houdbaarheid geconfronteerd wordt) en anderzijds een begrip van “burgerschap” dat in de samenleving door het heersende liberale denken (politiek zowel links als recht) te eenzijdig wordt beheerst. Kortom, de kerk heeft  steeds minder de mogelijkheid om maatschappelijk  relevant te zijn, niet vanwege het feitelijke, getalsmatige inkrimpen van de kerk, maar omdat er geen stem meer kan worden gegeven aan haar gedachtegoed. De kerk is gedesoriënteerd.

De discussie binnen de kerk over haar eigen toekomst wordt te vaak beheerst door pessimistische uitgangspunten: Het is de neergaande lijn die het ijkpunt is voor de ontwikkeling van een visie. Toch zou deze feitelijkheid niet richtinggevend moeten zijn voor het denken. Veel belangrijker, maar ook veel moeilijker om te benoemen, is die onmeetbare en onbenoembare grootheid van de morele verlatenheid en de desoriëntatie.

Wat is de kerk: Waar staat zij voor? Wie is de kerk en wat wordt er van haar verwacht? Ik dacht altijd dat het ging om die eerste vraag. Je moet duidelijk zijn, naar binnen en naar buiten, over je identiteit. Vaagheid leidt tot vervlakking en irrelevantie van het kerkelijk leven en spreken.

Nu ik zelf predikant ben heb ik gemerkt dat het draait om het spanningsveld tussen deze twee vragen. Het gaat om de spanning tussen het kerkelijke tegoed aan waarden dat bepaalt wat de kerk is – het christelijke ethos –  en de levensgemeenschap, maar ook de samenleving als geheel, die iets verwacht van de kerk. Ja, er wordt iets verwacht van de kerk!

Er wordt iets van de kerk verwacht en er wordt van mij, als jonge, frisse predikant, ook iets verwacht. Het zou gek zijn als dit niet zo was, maar die verwachting naar mij toe staat niet alleen op zichzelf. Zij is ook een exponent van die verwachting naar de kerk toe.

Wat wordt er dan verwacht? Groei natuurlijk! Een volle kerk, net als vroeger. Het dak eraf als er wordt gezongen en de jeugd, ja de jeugd....

De verwachting wordt verwoord vanuit hetzelfde paradigmatische, op de feitelijkheid gebaseerde pessimisme. Het zijn ook hier de getallen die spreken en voor zich laten spreken. Hoop wordt verwoord  als een omkering van de neergaande lijn, of zelfs als een omkering van de tijd. En ik, als predikant?.... kan daar natuurlijk niet voor zorgen. Dat begrijpt iedereen ook wel. Maar wat dan?

Van mij wordt het “gewone” predikantswerk verwacht: aandacht voor de kerkdiensten en voor het pastoraat. Maar uit alles blijkt ook dat er meer wordt verwacht. Meer van de kerk, maar ook meer van mij. Maar wat dat is kan maar moeilijk onder woorden worden gebracht. ‘ Röhring’  noemen ze het hier; een beetje opwinding. Iets anders. Iets interessants. Even wakker worden geschud.

Dus ik zorg af en toe voor wat röhring in de kerkdienst, een beetje, en gedraag ik me als die jonge, frisse, ietwat ongewone predikant. Maar ondertussen krijg ik steeds meer het gevoel dat er veel meer zou moeten en kunnen gebeuren. De kerk zou zelf die uitstraling moeten hebben en dat gevoel moeten oproepen dat er iets aan de hand is: opwinding, iets anders, iets dat interessant is. Maar nog belangrijker: Dit moet onder woorden kunnen worden gebracht. Mensen moeten kunnen benoemen wat er precies opwindend, of interessant, of anders is aan de kerk: Wat is er in de kerk aan de hand?

Een predikant, of een kerk (misschien identificeer ik die twee teveel met elkaar) moet de mensen van de kerk in al zijn, of haar activiteiten, bewust maken van deze vraag: Wat is er hier aan de hand? Maar vervolgens moet ook geleerd worden om dit te benoemen. Woorden vinden om uit te drukken wat er gaande is, wat er gedaan wordt. Woorden vinden. Benoemen. Want zonder dit benoemen wordt er geen aanspraak gemaakt op het ethos dat in de kerk, in haar traditie, in haar institutionele vorm en in haar plaats in de samenleving als tegoed (nog wel) voorhanden is. Het is een geestelijk tegoed dat móet worden aangesproken, omdat het voortdurend dreigt te verjaren.

De kerk zelf biedt niet zozeer de woorden, hoewel de ‘ woorden uit de traditie’  natuurlijk altijd ook voor het grijpen blijven liggen. Het ethos dat zij bewaart is toch vooral woordeloos, zeker zolang er in de kerk niets nieuws gebeurt. Daarom moet er iets gedaan worden. De kerk moet activiteiten ontplooien, zich ergens op toeleggen, een taak formuleren voor zichzelf. En eigenlijk maakt het niet eens zozeer uit wat dat is. Doe iets! Want pas wanneer er activiteiten worden ontplooid, ontstaat ook de mogelijkheid om het ethos van de kerk te laten condenseren in taal, in woorden, in het spreken van de kerk, dat verwoordt wat er hier aan de hand is, waar dan ook. Dan ontstaat er een mogelijkheid tot oriëntatie en morele verbondenheid. Dan gaat het ethos van de kerk zelf meespreken: kritisch, zelfkritisch.

Ik voel aan alles de noodzaak dat er iets moet worden gedaan. Ik voel het. Misschien heeft mijn kerk te lang niet echt iets gedaan, maar dat geldt zeker ook voor mij. Op zoek naar God is niet langer een vrijblijvende bezigheid, maar raakt ingebed in een praktijk. Er wordt iets van mij verwacht. Ik moet op zoek naar woorden om uit te leggen wat, nee om duidelijk te maken dat, nee om mensen aan te sporen tot, nee...

Ik moet iets doen.

Jan Glazema

Beste Willem, - Fulco de Vries

Van harte gefeliciteerd met je 75e verjaardag, en ik wens je nog vele goede jaren toe.

Toen ik je leerde kennen was je de 65 al ruim gepasseerd, en in jouw geval zou je kunnen zeggen dat je er met de jaren alleen maar beter uit gaat zien. Op dit moment heb ik als predikant veel te maken met een collega van je, Ursula, die bijna tien keer zo oud is. Ook zij houdt het nog steeds vol, al heeft zij de laatste jaren wel last van allerlei ongedierte dat haar bijna boven het hoofd groeit. Dat is heel vervelend, vooral omdat de “hoge dames en heren” dit niet zo belangrijk schijnen te vinden. Gelukkig maar dat zij, net als jij, veel mensen in haar directe omgeving heeft die wél om haar geven. Het zijn uiteindelijk toch de mensen die een kerk maken tot wat zij is!

Maar nu weer over jou: je bent de laatste jaren met je tijd mee gegaan, en zeker voor iemand in jouw positie is dat heel wat tegenwoordig.

In de jaren dat ik al wel in Amsterdam woonde, maar jou nog niet kende, fietste ik vaak in jouw buurt rond, zonder dat je me opviel. Je weet je plaats in je omgeving, en dat is goed, zo zijn wij dat in ons land tenminste gewend. Een kerk die te veel op de voorgrond treedt, die zich (te) veel laat horen, daar zijn wij meestal niet van gediend.

In de jaren dat wij intensief contact met elkaar hadden heb ik je heel goed leren kennen, zowel van binnen als van buiten. Ik wist precies wat er allemaal in je omging, en dat was vaak heel wat. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld, samen met vele anderen. Van die momenten en gebeurtenissen waarbij het heel druk was bij jou zijn er veel die een bijzondere plaats in mijn hart hebben. Maar ik wil hier graag aan je kwijt dat ik ook intens genoten heb van de vele momenten dat ik alleen bij jou was. Vooral ’s ochtends vroeg, als de zon door jou ramen schijnt, dan ben je voor mij op je mooist. Vaak was ik bij jou voor mijn werk, maar ik kon ook gaan zitten, stil zijn en genieten. Het zijn dat soort momenten waarop ik helemaal tot mijzelf kan komen, mijn gedachten kan laten varen en iets ervaar van hoe bijzonder het eigenlijk is om bij iemand als jij op bezoek te kunnen gaan, wanneer ik maar wil. In mijn nieuwe omgeving heb ik die mogelijkheid natuurlijk ook vanwege mijn werk, maar die momenten met jou vergeet ik nooit meer. Eigenlijk zouden al die mensen die zo vaak bij jou op bezoek komen ook eens de moeite moeten nemen om ’s ochtends vroeg bij jou te gaan zitten om de omgeving op zich af te laten komen, om stil te zijn, om te genieten…

Maar goed, meestal waren we niet samen, maar kwamen er veel meer mensen op bezoek. Mensen met hun eigen verhaal, met hun eigen bezigheden, mensen met hun eigen wensen en verlangens.

Jij was daarbij de meest ruimdenkende van ons tweeën, denk ik. Waar ik wel eens moeilijkheden of onmogelijkheden zag, kwam jij vaak met oplossingen aandragen. Bij jou kon altijd van alles, eigenlijk leek jij voor iedereen wel een bijzonder plekje te hebben.

Wat mij bijvoorbeeld goed is bijgebleven is jouw warme band met de kinderen die bij jou op bezoek kwamen. Altijd van harte welkom in de grote groep, zelfs met een speciale plek in het middelpunt van de groep. En ook buiten de plek waar iedereen zich graag verzamelt, heb jij plaats voor hen. De allerkleinsten vermaak jij met de leukste spelletjes, en voor de kinderen die al wat groter zijn heb jij ook een plek in je hart. Of eigenlijk meer dan één plek, zo bijzonder zijn zij voor jou. En dat merk je: kinderen voelen zich thuis bij jou, en ze komen dan ook graag. En dat is iets om blij mee te zijn, en eigenlijk ook: iets om trots op te zijn! Het is goed dat mensen van alle leeftijden zich in een kerk thuis voelen, maar het is toch echt zo dat de jeugd de toekomst heeft. Aan de ene kant om de continuïteit te waarborgen, aan de/een andere kant om het speelse karakter van de hele gemeente te voeden en te bewaren. Kinderen hebben geen verborgen agenda, geen bijbedoelingen, kinderen geloven als een kind. En ik ben er van overtuigd dat een kerk waar kinderen zich thuis voelen, een plaats biedt aan iedereen, een plek is waar alle mensen zich gezien en gekend weten.

In mijn opleiding heb ik geleerd dat predikanten voorbijgangers zijn. Zij blijven een korte of langere periode op een plaats, waarna zij weer verder gaan. Dat is goed voor de gemeente, en ook goed voor de predikant. En dat beeld zou ik hier wat breder willen maken, en jou mee willen geven voor de toekomst. Ik denk namelijk dat er naast een hoop vaste waarden ook veel voorbijgangers zijn die zich voor korte of langere tijd bij jou thuis voelen. Jonge mensen, die voor hun studie bij jou in de buurt komen wonen, en in de grote stad een plaats zoeken om tot rust te komen, om daar naar antwoorden te kunnen zoeken op bepaalde vragen die zijn hebben. Om deel uit te maken van een gemeenschap van gelovigen. Maar ook ouderen die zich bij jou in de buurt vestigen, of gezinnen die zich betrokken voelen.

Zelf zijn wij al weer een paar jaar weg uit jouw omgeving, en met een aantal ’Willemers en oud-Willemers’  hebben wij nog regelmatig contact. En steevast wordt er dan over jou gepraat, worden er nieuwtjes uitgewisseld en verhalen van toen worden uit het geheugen opgediept en verteld.

Je hebt in de jaren dat wij (ook Jeska en Karsten) met jou verbonden waren veel voor ons betekend, zoals je voor veel mensen veel hebt betekend en nog betekent.

Wij wensen jou en iedereen die bij jou hoort het allerbeste toe, voor nu en voor de toekomst, en wij hopen je met enige regelmaat te kunnen blijven bezoeken.

Hartelijke groet, Fulco

  • 1
  • 2

Welkom op zondag

U bent welkom bij onze diensten, klik hier

Dopen,trouwen,rouwen

Neem contact op met onze wijkpredikant ds. N. G. Scholten, 020 6641277

Willem de Zwijgerkerk

Olympiaweg 14, Amsterdam 1076 VX, Tel. 020 662 27 00, info@willemdezwijgerkerk.nl